Paduaan uitgelicht - Remko van Broekhoven: revolutionair in ruste

Paduaan spreekt elke editie met medewerkers van de Faculteit Communicatie en Journalistiek. In deze interviews ligt de nadruk nu eens niet op didactische perikelen, maar op de mens achter de geïnterviewde. Deze maand Remko van Broekhoven.

Door Merlijn Ensing Foto: Lisa Matulessya

“Ik ben iemand van tegenstellingen, van heftige extremen. Aan de ene kant heel loyaal, zorgzaam en trouw, maar ik ben dat ook vaak genoeg niet geweest. Ik was een flirt, zeker. En waarschijnlijk zal ik dat altijd blijven, alleen denk ik dat ik het nu beter kan hanteren. Ik heb een periode last gehad van een flirtverslaving, halverwege de jaren negentig. Dat ontstaat als het een leven op zichzelf leidt en dingen kapot maakt. Het wordt een obsessie. Ik werd er uiteindelijk niet blijer van.”

Heb je als docent last gehad van die flirtverslaving?


Weifelend: “Ja. In de periode met mijn vorige vriendin heb ik geflirt, maar niet meer dan dat. Toen ik vrijgezel was is er op school wel eens meer geweest dan dat alleen. Veel meer ga ik daar niet over zeggen. We spreken hier overigens wel over volwassen mensen.”

Wanneer speelde het?

“Op dat moment was ik eind twintig, de studentes ongeveer zo’n vijf jaar jonger. Dan vindt de discussie over studenten die met docenten gaan plaats op een heel ander speelveld. Voor mijzelf is het daarom geen issue meer – ik ben inmiddels 43. Voor de studentes evenzeer niet, neem ik aan. Ik probeer er in ieder geval minder op te letten hoe vrouwen naar me kijken.”

Is het een issue bij docenten onderling, relaties tussen student en docent?


“Dat was denk ik tien jaar geleden veel reëler dan nu. Ik heb het gevoel dat we wat dat betreft schoolser zijn geworden. Je kan zeggen dat het per definitie niet correct is als je iets met studentes hebt, maar de cultuur op school was in het verleden heel anders. In de tijd dat ik student was danste onze directeur met studentes op het schoolfeest. En dat bleef niet bij onschuldige danspasjes.”


Ontwikkeling
“In mijn ontwikkeling van de laatste jaren merk ik dat ik iets minder pleaserig word. Naar studenten en collega’s toe, maar ook naar een willekeurige voorbijganger denk ik vaker ‘joh, als jij niet kan accepteren hoe ik ben? Jammer voor jou.’ Dat heeft te maken met jezelf aanvaarden. Het is allemaal niet meer zo belangrijk dat anderen je aardig vinden. Het is een universele psychologische wet: als je jezelf niet genoeg aanvaardt, zul je proberen het van anderen te krijgen. Ik sta middenin een wereld van onzekerheid. Constant word ik gespiegeld en ik zoek continu de spiegel op. Al mijn hele leven door stel ik mezelf kritische vragen. Dat kan pijnlijk zijn, maar het is voor mij een levenswijze.

Ik ben gevoeliger geworden en mijn beheersings- en incasseringsvermogen is groter. Maar bij conflicten met vrienden verlaag ik mijn normen niet, al heb ik wel de intentie om tot elkaar te komen. En soms ben je gewoon klaar met mensen. Ik ga er volledig voor of gewoon niet. Iets vaags daartussenin bestaat niet. Dat is net zoiets als jongens die hun meisje blijven zien wanneer het uit is. No way. Zoals Eduardo Galeano schreef: de ware vrienden bekritiseren je in je gezicht en prijzen je achter je rug. Dat is bij mij ook het criterium.
Al mijn vrienden zijn heel gevoelige jongens. Dat ben ik ook. We zijn bereid om over onze gevoelens na te denken en erover te praten. We hebben allemaal een soortgelijke opvoeding meegemaakt: een sterke vrouw als moeder, de vader wat meer op de achtergrond.

Mijn vader is iemand die zijn gevoelens makkelijker durft te tonen en niet zo nodig zelf prominent aanwezig hoeft te zijn. Mijn moeder is heel gevoelig, maar gaat daar op een heel andere manier mee om. Namelijk juist alles rationaliseren. Iets wat normaal gesproken tussen mannen en vrouwen omgekeerd is. Ik vind het bij mij gelukkig allebei terug. Ze gingen uit elkaar toen ik zeven was, waardoor ik vooral door mijn moeder werd opgevoed.”

Hoe was je moeder voor je?

“Ook zij is een vrouw vol tegenstellingen, net als ik. Sterk en hard, maar tegelijk heel zacht. Voor een deel afwezig en voor een deel heel liefdevol. Ze stimuleerde me om te leren, zonder dat ik per se hoge cijfers moest halen. Dat deed ze door over dingen te praten, boeken ‘aanwezig’ te laten zijn, door mij mee te nemen op haar reizen. Door heel trots en positief te reageren als ik ook zelf met kennis aankwam en dingen wilde weten.”

Verwijt je haar dat ze vaak afwezig was?

“Laat ik het zo zeggen: mijn moeder kreeg me op haar 21ste, had een heel actief sociaal leven en een goede carrière, waar ze veel voor moest reizen. Een kind past daar niet altijd in en dat doe je dan tekort, puur door afwezig te zijn.”

Heb je wel eens afgevraagd of je gewenst was?


“Ik heb het me wel eens afgevraagd, maar ik weet dat ik gewenst was. Ik beredeneer het als volgt: je mag tot je dertigste allerlei problemen bij je ouders neerleggen, daarna moet je erover ophouden en ben je zelf verantwoordelijk. Destijds heb ik bijvoorbeeld mijn vader via een brief duidelijk gemaakt dat er dingen waren waar ik minder blij mee was. Dat is heel persoonlijk, ik wil daar geen voorbeelden van geven. Maar beiden hebben erop gereageerd. Mijn vader iets bevredigender dan mijn moeder. Bevredigend of niet, je moet mensen wel begrijpen. Het feit dat mijn moeder mij op haar 21ste kreeg, de periode waarin zij hun opvoeding genoten en de problemen die zij weer probeerden te vermijden. Nu ik ouder ben, kan ik dat allemaal relativeren.”

Heb je een gebrek aan moederliefde gevoeld?

“Ja, maar ik ben er aarzelend in. Het wordt zo snel jankerig. Moederliefde kan nooit genoeg worden gegeven. In zekere zin is opvoeding altijd een gebrek aan wat dan ook. En ook aan moederliefde en vaderliefde. Je kan niet alleen maar geven. Als mensen alleen maar liefde hebben gehad, worden ze wellicht echte narcisten. Ik heb het op een gegeven moment naast me neergelegd. Dat accepteren is iets heel natuurlijks.

Ik reisde met mijn moeder de hele wereld over: Japan, Kenia, Cuba, Nicaragua, de Verenigde Staten. Als kind kun je die ervaringen nog niet op waarde schatten, nu weet ik dat het me in hoge mate heeft gevormd. Ik leerde bijvoorbeeld de geur van armoede kennen.
Op mijn vijftiende was ik in Nicaragua toen er oorlog woedde. Ik zag er jongens en meiden van mijn leeftijd. Dood, liggend in hun kist. Het versterkte mijn empathie voor mensen die klappen krijgen en onderdrukt worden. Het is voor mij geen neppe politieke betrokkenheid om in het café met een goed glas bier over te kunnen kletsen. Je ziet heel intens voor wat je bereid bent te leven, te sterven en te moorden. Zo diep gaat dat.
Een belangrijke reden om drie jaar later in militaire dienst te gaan was dat ik dan met wapens leerde omgaan. Op die manier kon ik op een later tijdstip naar El Salvador of Nicaragua om mee te vechten aan ‘de goede kant’. Als ze mij destijds de kans hadden gegeven, had ik het gedaan. Dat was stom geweest, ik werd misschien door mijn kop geschoten, maar ik dacht er serieus over na. Ik was indertijd bereid om voor de goede zaak te doden. Nu niet meer. Ik geloof heel erg in geweldloos verzet.”

Je wilde Pinochet, de Chileense dictator, wat aan doen.

“Dat klopt, ja. Tien, twintig jaar geleden dacht ik: als ik een ongeneeslijke ziekte blijk te hebben dan ga ik naar Chili, zorg ik dat ik een gun krijg en schiet Pinochet voor z’n kop. De grootste boef op aarde. Hopeloos romantische, of zo je wilt terroristische ideeën, maar ja.
Che Guevara, Martin Luther King, dat waren voor mij rolmodellen toen ik jong was. Twee revolutionairen. Het zit nog steeds in me. Ik heb punten die me geschikt maken voor zo’n rol. Een enorme drive, het vermogen om te inspireren en wellicht de gave van het charisma. Leidinggeven. Leiderschap is een persoonlijke ambitie waarvan ik dacht: dat is mooi, want mensen geven me dan applaus en vinden me lief en aardig. Nu weet ik beter. Dat applaus is niet zo verschrikkelijk veel waard en veel mensen zullen je juist haten.
Kijk naar Fortuyn, aan wie ik mezelf wel eens heb gespiegeld. Hij was iemand die sympathie en afhankelijkheid opriep, maar net zo goed ontzettend veel haat. Ik weet zeker dat ik dat ook zou oproepen. Ik geloof niet dat ik de olifantenhuid heb dat ik zoveel haat in de ogen kan kijken. Dat is angst, maar ook zorg voor mijn eigen gezin. Ik zou hoe dan ook nooit ten koste van mijn gezin carrière willen maken.
Ik heb dertig jaar lang op politiek vlak geschreven, gesproken, georganiseerd. Gedroomd, gedacht en gedaan. Ik ben heel blij en trots met wat ik heb ondernomen en soms heb ik fouten gemaakt. In mijn geval heeft het niet geleid tot waar mogelijk mijn plafond ligt. Daar heb ik nu min of meer vrede mee.”


Sandra en Ava
“Gevoeligheid en kwetsbaarheid. Dat zag ik in mijn huidige vriendin, Sandra. Niet de hardheid die veel vrouwen pretenderen te hebben om zichzelf te beveiligen tegen foute mannen zoals ik toen was. Het masker laten vallen, dat is voor mij cruciaal.
Ava, onze dochter, is nu vier maanden oud. Drie jaar geleden, toen Sandra zes maanden zwanger was, ging het mis. Een doodgeboren kindje. Het is de kunst om dat geen rugzakje met bagage te laten worden, vooral niet voor Ava zelf.”

Wat was de sleutel waardoor je wist: ik kan door?
“Een kind wordt je ook maar gegeven of gegund. Zonder geluk zijn we als mens ontzettend kwetsbaar. Je hebt pech of je hebt geluk. En als dat de wereld is, zo zwart-wit, dan is het des te belangrijker dat je stevig in je schoenen staat. Dat je levenskunst hebt en levenskunde; stoïcijns zijn en jezelf blijven. Het is ons aardig gelukt. Vooruit willen, dat was belangrijk, en uitmaken dat we ons niet lieten afschrikken voor een volgende keer.
Ava zal ooit te weten komen dat er een kindje voor haar is geweest. We hebben niet de behoefte om dat iets nodeloos zwaars of constant aanwezigs te laten zijn voor haar. Bij ons is het constant aanwezig. Hoe Ava ermee omgaat moet ze straks zelf bepalen.

Ik geniet ervan om Ava’s luier te verschonen, om haar het flesje te geven, haar te zien lachen, met haar te wandelen. Dat is het mooie van een kindje krijgen: je gaat als het ware het leven opnieuw beleven, nu ook door de ogen van je kind. Je wordt niet ouder, je wordt juist jonger. Het leven begint weer opnieuw.
Het doet me denken aan een boek dat ik ooit las van Philip Roth. Het ging over twee broers. De ene was een overspelige, ontrouwe man. De ander was de betrouwbare echtgenoot. Op een gegeven moment zegt die ‘betrouwbare echtgenoot’ tegen z’n broer: ‘Joh, dat wat jij beleeft met al je avontuurtjes is in wezen helemaal geen echt avontuur. Het echte avontuur is je commiten, met één iemand echt all-the-way gaan.’ Dat ben ik met hem eens. Bij wijze van had hij erbij kunnen zeggen: een kind opvoeden. Ik ben wel eens meer die overspelige, ontrouwe broer geweest, in mijn vorige relaties of daarvoor. Nu geloof ik meer in die andere visie. Dit is het avontuur, mits je het gepassioneerd weet te beleven.”

Weergaven: 268

Tags: broekhoven, ensing, interview, merlijn, paduaan, persoonlijk, remko, van

Reactie van jaap den ouden op 13 Mei 2010 op 23.03
Wow, behoorlijk openhartig. Goed gedaan Melijn!
Reactie van Henk Oldenziel op 14 Mei 2010 op 1.28
wauw, I'm impressed. Openhartig, persoonlijk, filosofisch, existentiël zijn de bijvoegelijke naamwoorden die dit stuk omschrijven. En oprecht en openhartig. Hulde!
Reactie van jaap den ouden op 14 Mei 2010 op 12.33
Samir A. zit trouwens 10 jaar in de cel voor extreme denkbeelden, om toch maar even een vergelijking te maken....
Reactie van Diederik van Zessen op 14 Mei 2010 op 12.41
Veel props voor Merlijn.
Reactie van Andre Weststrate op 14 Mei 2010 op 12.52
Erg goed verhaal!

Overigens.

Ik was afgelopen zomer nog op de viering van 30 jaar REVOLUCION in Nicaragua. Remco niet gezien.

Reactie van Joe van Burik op 14 Mei 2010 op 15.08
Kan me alleen maar aansluiten bij deze positieve reacties. Prachtig interview.
Reactie van Paduaan op 15 Mei 2010 op 15.14
Dank voor de reacties. Er stonden nog wat kleine foutjes in, die zijn er nu als het goed is allemaal uitgehaald. Zo niet, en mocht je niks beters te doen hebben, dan is het een mooie uitdaging voor de taalnazi's onder ons om het stuk eens flink te redigeren.

Verder nog een oproepje waar vermoedelijk weinig gehoor aan zal worden gegeven: wiens persoonlijke verhaal zouden jullie opgetekend willen zien? Mag van een docent, maar net zo goed van iemand bij de IT-balie.
Reactie van Joe van Burik op 17 Mei 2010 op 13.48
Gert-Jan Peddemors! Die man is een held wat betreft zijn inzet, geduld en vriendelijkheid, maar ik ben enorm benieuwd wat nou eigenlijk zijn drijfveer is.
Reactie van Laurie op 4 September 2010 op 12.47
mooi stuk! ik vind deze uitgebreide versie beter dan de kortere in paduaan. eigenlijk schoot die een klein beetje te kort misschien, dit stuk maakte in ieder geval helemaal goed wat ik daar miste.
Reactie van Josien Wolthuizen op 14 Maart 2011 op 23.18
Ontzettend goed interview. Ik had niet verwacht dat Remko zo openhartig zou zijn tijdens een interview. Complimenten.

Opmerking

Je moet lid zijn van humedia om reacties te kunnen toevoegen!

Word lid van humedia

© 2014   Gemaakt door ROC media.

Banners  |  Een probleem rapporteren?  |  Algemene voorwaarden