
Leerplan bederft plezier in lesgeven voor Ruud Hoff
Door Merlijn Ensing
Volgens opleidingsmanager Hubert Roza applaudisseerden docenten na afloop van de presentatie van het nieuwe leerplan. Toch zijn er nog zorgen. Bij het Management Team, maar zeker ook bij docenten.
Een rondvraag leert dat ‘vrij veel’ docenten hun vraagtekens plaatsen bij het, in hun ogen, gebrek aan theorie binnen het eerste jaar. Zo beraadt docent Ruud Hoff zich over zijn toekomst op de faculteit, mocht het leerplan in de huidige vorm worden doorgevoerd. ‘Als ik op deze manier les moet geven, hoeft het voor mij niet meer’, laat hij zich ontvallen. Er ligt te veel nadruk op de vorm, vindt Hoff: een ‘systematische bestudering van inhoudsvakken’ blijft achterwege in het plan. Het ontbreken van keuzemogelijkheden voor studenten in de eerste twee jaar noemt hij bovendien ‘weinig inspirerend’.
Ook twijfelt Hoff over het enthousiasme onder docenten voor het nieuwe leerplan. De in het leerplan ‘geëiste samenwerking’ tussen docenten moet nog helemaal van de grond komen, iets wat volgens Hoff zeer tijdrovend is. Hij vraagt zich af of er wel voldoende tijd is om te vergaderen en afspraken te maken. De huidige opkomst bij vergaderingen is al matig en het afstemmen van afspraken op elkaars agenda verloopt moeizaam, aldus Hoff. “Ik vrees dat er heel wat tijd gaat zitten in organisatorische rompslomp. Komen we er nog wel aan toe om enigszins enthousiasmerend les te geven en ons vak bij te houden?”
De zorg van Hoff dat er te weinig ruimte is om kennis over te dragen, deelt directeur Peter de Vries niet. “Juist doordat het eerste jaar intensiever wordt, kunnen we waarborgen dat er voldoende ruimte blijft voor inhoudelijke cursussen. Ruud is zelf lid geweest van het ontwikkelteam Buitenland, dat ziet er solide uit en ik heb geen voetnoot van hem aangetroffen dat hij zich van die plannen distantieert,” zegt De Vries.
Docent en kwaliteitscoach Michiel Smis stelt eerder dit schooljaar samen met een aantal collega’s een brief op voor het Management Team. Hierin uiten zij hun zorgen over het nieuwe leerplan. Nog steeds vindt hij dat het hele plan ‘berust op niet onderbouwde aannames en wishful thinking’. Smis: “Er is nooit een goede analyse gemaakt van het huidige leerplan. De makken in de opleiding zijn daarom onduidelijk. Wie kan nu met feiten onderbouwen dat het nieuwe leerplan de juiste oplossingen biedt?”
Op de inhoud van het nieuwe leerplan heeft Smis ook het één en ander aan te merken. In zijn ogen is het nieuwe leerplan amper, of in zijn geheel niet vernieuwend wat betreft didactische werkvormen. Een grove fout, zo oordeelt Smis, met mogelijk grote consequenties. “Om dit voor elkaar te krijgen moet je docenten éérst didactisch bijscholen en niet pas nadat het plan al gemaakt is. Ofwel een gemiste kans die eigenlijk niet meer is te herstellen.”
De scholing van docenten die nodig is, is een centraal element in de plannen volgens De Vries. Dat er op het gebied van afstemming en variatie in onderwijsvormen werk aan de winkel blijft, weet hij ook. Toch ziet De Vries vooruitgang. “De variatie in werkvormen neemt toe doordat er naast de hoor- en werkcolleges veel meer practica komen. De variatie in toetsvormen neemt toe met beroepsproducten als tijdschriften, websites, foto’s, bronnenboekjes, draaiboeken met programmaformats en researchdossiers.” Het Management Team wil op dat punt de komende weken verder praten.
Daarnaast vindt Smis de afstemming tussen de verschillende blokken minimaal. “Zeker wanneer ik kijk naar mijn eigen vak, Mediastudies, is er in het geheel geen onderling overleg geweest tussen de verschillende ontwikkelteams. Het plan dat er nu ligt berust daardoor in hoge mate op toeval”, meent Smis, die eraan toevoegt dat ‘het Management Team blijkbaar om de een of andere onduidelijke reden enorm veel haast heeft en liever snel wil scoren, dan investeren in kwaliteit’.
De Vries verwerpt de laatste opmerking van Smis. Dat het onderwijs toe was aan vernieuwing, concludeert hij uit gesprekken met de Opleidingscommissie en de beroepsveldcommissie, verschillende studiedagen van docenten, evaluaties, de interne audit, maar ook uit het congres ‘Stop de Persen’ en het studententevredenheidsonderzoek. Wat daaruit blijkt? Het eerste jaar kent te weinig samenhang en is te gefragmenteerd, heeft te weinig aansluiting (bij met name de inhoudelijke vakken) op de beroepspraktijk en biedt te weinig uitdaging voor studenten.
Die analyse is voor de Vries nu vaak genoeg gemaakt, met het nieuwe leerplan tot gevolg. Tijdens de presentatie vorige week hoort hij bovendien niemand die bovenstaande ter discussie stelt. “Onze beweegredenen zijn niet duister, maar glashelder”, vindt De Vries. “Het gaat niet om snel scoren, we investeren juist in kwaliteit en ontwikkeling.”
Je moet lid zijn van humedia om reacties te kunnen toevoegen!
Word lid van humedia