
We schrijven dinsdag 8 maart, ongeveer acht uur ’s avonds. Rond het karige jaren tachtig bureautje dat gepromoveerd is tot eettafel zitten mijn huisgenoten en ik te genieten van een haute cuisine Chicken Tonight maaltijd, wanneer plots, na praatjes over koetjes en kalfjes het onderwerp ‘supermarkten’ wordt aangesneden. Verschrikkelijk interessant natuurlijk, supermarkten. Een huisgenoot die anoniem wenst te blijven – laten we hem voor het gemak Kees van der Sloot noemen – ging met mij een discussie aan over de kwaliteit van de Albert Heijn en de Lidl. Een boeiende discussie, de moeite waard om over te schrijven.
Kees is sowieso een interessant figuur. Hij studeert commerciële economie aan de Hogeschool Utrecht en verprutst al zijn toetsen, maar wil maar niet beseffen dat hij zijn schoolcarrière beter op kan geven, terwijl zelfs Einstein met al zijn wijsheid dit niet meer zou redden. Kees vindt Wilders aan de ene kant een idioot, maar aan de andere kant zou hij het leuk vinden als Geert de verkiezingen wint, “om te zien wat er dan gebeurt.” Het liefste is Kees in de sportschool om zijn biceps en triceps te trainen, zodat hij over twintig jaar het Nederlandse evenbeeld van Arnold Schwarzenegger kan worden. Het licht op Kees zijn slaapkamer doet het niet, omdat hij hier “toch nog maar een paar maanden blijft wonen.”
Dat is Kees.
Enfin, supermarkten dus. Mijn openingsstandpunt was dat Albert Heijn met kop en schouders boven de andere supermarkten uitsteekt wat betreft producten, service en klantvriendelijkheid, maar dat ook de Lidl en de Aldi op sommige gebieden degelijke producten in huis hebben, soms zelfs gelijkwaardig of beter dan de A-merken in de Appie. Kees is het hier absoluut niet mee eens. “Gadverdamme man. De Lidl! Wat een Turkentoko! Daar vind je alleen armoedzaaiers man, ik heb daar nog nooit van mijn leven wat afgerekend. En dat zal ik ook nooit doen.”
Een ietwat extremistisch standpunt, voor een discussie over supermarkten. Hij vervolgde verhit: “Die producten daar zijn ook gewoon inferieur man, daar krijg je sowieso ziektes van. En wormen en shit. Dat eten kan gewoon niet goed zijn!” Toen ik Kees vervolgens mededeelde dat ik hem onlangs een stuk pizza had gegeven dat – ondanks dat het verdacht veel leek op een Ristorante-variant van de Albert Heijn – toch echt uit de Lidl kwam, werd hij gek. “Wat!? Meen je dit? Vuile rat! Waarom zeg je dat dan niet even! Ben je godverdomme gek geworden?!” Ik opperde dat hij het verschil niet had gemerkt, “maar daar ging het toch helemaal niet om,” volgens Kees! “Het is een principekwestie!”
Zorgvuldig beredenerend hield Kees vervolgens een betoog van heb-ik-jou-daar! “Kijk, de reden dat je me daar niet vindt is héél simpel. Ze hebben daar gewoon géén goed spul. De prijs-kwaliteitsverhouding is goed, maar a la! Wat wil je als er geen product te vinden is dat meer kost dan vijftig eurocent? Dan ga ik liever naar de Appie, daar krijg je waar voor je geld!”
“Waarom denk je dat je zoveel hoofddoekjes ziet in de Lidl? Het is een grote Turken-toko! Het is er goedkoop, daarom zijn er zoveel moslims te vinden!” Plotseling springt Kees triomfant op uit zijn stoel. Wild gebarend gaat hij verder: “Jahaaa, daar heb je niet van terug hè! Zie je wel? Ik heb godverdomme gelijk! Het stikt er van de moslims. DUS vooral arme mensen zijn te vinden in de Lidl!” Ik probeerde hem op het punt te wijzen dat het enigszins logisch is dat armere mensen boodschappen doen bij goedkopere winkels – niet alleen moslims, maar nee dat ging al niet meer. “Ik heb gewonnen! Kom maar op met je argumenten!” Toen ik vervolgens Kees wederom op mijn standpunt wees – dat de Albert Heijn kwalitatief gezien beter was, maar dat de Lidl ook degelijke producten kon bieden voor een relatief lagere prijs – was de grijns al niet meer van zijn smoel te wassen.
Aangezien ik jonger ben dan Kees is het knap lastig om de oudste en de wijste te zijn, maar desalniettemin heb ik dit toch geprobeerd. Na een poging soepeltjes uit te leggen dat hij een compleet andere discussie had gevoerd, dat ik het niet met hem oneens was betreffende sommige punten en dat mijn enige standpunt was dat er ook in de Lidl kwaliteit te vinden is (mits je goed zoekt), besloot ik mijn hoop op een discussie van enig niveau te laten varen. Op het moment dat ik bevestigde, dat het vooral de minder bedeelde consument is die winkelt bij de Lidl, was het enige wat Kees nog kon uitkramen: “Zie je wel, zie je wel? Ik heb verdomme gelijk!”
Op dat moment besefte ik wat ik me al veel eerder had moeten beseffen. Kees is gewoon niet zo snugger. Punt.
PS:
Het grootste deel van dit verhaal is fictie. Het moet dan ook met een korreltje zout genomen worden. Mijn huisgenoot 'Kees' is een stuk meer open minded, en dit stuk is gebaseerd op een avondje geouwehoer. Alle echte Kees van der Slootjes wereldwijd moeten zich niet aangesproken voelen. Ik noch mijn huisgenoten delen werkelijk de visie van Kees van der Sloot.
Je moet lid zijn van humedia om reacties te kunnen toevoegen!
Word lid van humedia