humedia

humedia

Een groep docenten van de SvJ maakt zich ernstige zorgen over het nieuwe leerplan dat volgend studiejaar moet worden ingevoerd voor aankomende eerstejaars. Volgens docent Mediastudies Michiel Smis drukt de directie het nieuwe plan door terwijl er onvoldoende draagvlak is. Samen met dertien andere docenten roept hij het management op een jaar later te beginnen met een nieuw leerplan.

Door Liza Janson

Er is meer tijd nodig om tot een goede kwaliteit van onderwijsvernieuwing te komen, vinden de docenten. Ze hebben het gevoel amper te zijn betrokken bij het ontwikkelen van het nieuwe onderwijs. Het plan dat vooral gericht is op crossmedialiteit, competentiegericht onderwijs en freelancen wringt volgens hen op een aantal punten en zou moeten worden aangepast. Smis: “Het gaat hier om een grootschalige verandering. Het is een kans die je maar een keer in de zoveel jaar hebt. Doe het dan ook goed.”

Het plan is te vaag en heeft geen duidelijke randvoorwaarden stellen de docenten in hun brief aan het management. Tot februari zijn vier groepen docenten in ontwikkelteams bezig het nieuwe plan concreet te maken. Iedere ontwikkelgroep geeft een lesblok vorm. Er zijn echter bijna geen randvoorwaarden waaraan dit moet voldoen. Peter de Vries, directeur van de School voor Journalistiek belooft beterschap op dit gebied. Hij heeft inmiddels de meeste ondertekenaars gesproken. De Vries: “Alle vragen over randvoorwaarden zullen binnen anderhalve week zijn beantwoord.”

Maar dit is niet genoeg, zegt Michiel Smis. Er mist in het plan aandacht voor de onderwijskundige kant. De groepen zijn groter geworden, terwijl het aantal docenturen afneemt. Volgens Smis zijn er veel goede docenten, maar is het ontwikkelen van onderwijs een vak apart. Docenten zouden op dit gebied eerst bijgeschoold moeten worden voordat ze een echt vernieuwend leerplan kunnen ontwikkelen”, vindt Smis.

De Vries is het daar niet mee eens: “De docenten hier kunnen prima onderwijs geven. In het leerplan blijven de groepen even groot en wordt niet beknibbeld op de docenturen.” Hij is ervan overtuigd dat de docenten er uit gaan komen in de ontwikkelteams. En als blijkt dat docenten bijscholing of hulp nodig hebben dan krijgen ze die, stelt de directeur.

Een ander punt van kritiek van de docenten is het ontbreken van een goede evaluatie van het huidige onderwijs. Smis: “Wat zijn de sterke en zwakke punten van het huidige curriculum? Waar zijn de getallen?” De Vries verwijst naar het tweedaagse onderwijscongres ‘Stop de Persen’ dat plaatsvindt in januari, dat bestaat uit een studiedag voor docenten, evaluaties door de opleidingscommissie en klassenvertegenwoordigers en gesprekken met de beroepspraktijk, ook is er een uit negen docenten bestaande Leerplan Adviesgroep. Maar dit is niet voldoende, zegt Smis. Hij vindt dat er veel meer studenten en docenten bij het plan betrokken moeten worden.

Geschiedenisdocent Ruud Hoff is het hier volledig mee eens. Hij ondertekende de brief van de docenten en gaf eerder zijn lijst met zeven zorgen over het plan aan de directie. “Er is niet overlegd met docenten.” Er hebben discussiedagen over onderwijsvernieuwing plaatsgevonden, maar hier is volgens Hoff nooit een conclusie uitgekomen. “We hebben leuk gediscussieerd, maar we hoefden nooit te stemmen”, vertelt Hoff die niet de indruk heeft dat de onderwijsverandering leeft onder studenten.

Iedereen die over het nieuwe plan mee wil praten is welkom volgens De Vries. “Maar uiteindelijk maken wij een opleiding waarvan we denken dat die goed is voor de studenten en nemen wij de beslissingen.” De directeur zegt veel positieve geluiden van andere docenten over het nieuwe plan te horen.

In tegenstelling tot Hoff, die bijna geen docenten kent die het plan goed vinden. Hij vindt dit een slechte basis om te beginnen met een grote verandering. Hoff: “Ik heb nog niemand gesproken die er enthousiast over is. Verandering hoeft niet slecht te zijn, maar je moet ook niet gelijk alles overhoop gooien”, zegt Hoff die in de ontwikkelgroep Buitenland zit ‘om erger te voorkomen’.
In het nieuwe leerplan moeten vakken met elkaar worden geïntegreerd. De geschiedenisdocent is daar fel op tegen en pleit voor een goede inhoudelijke verdieping bij vakken als geschiedenis, rechten, economie etc, waarbij het vooral gaat om inzicht, een manier van denken, die eigen is aan afzonderlijke vakgebieden, waarmee journalisten te maken krijgen. Hoff: “Gooi niet alles op een hoop! Beter een aantal dingen goed doen, dan alles heel oppervlakkig.”
Je hoeft helemaal niet alles te kunnen, vindt hij. Door het competentiegerichte onderwijs worden studenten gezien als een product. Hoff mist emotie in het nieuwe leerplan. “Er gaat een soort kilheid vanuit. Het plan bevat een lijstje van 49 competenties, maar de motivatie van een student ontbreekt volledig”, vertelt de docent die bang is dat studenten op die manier een eenheidsworst worden.

De Vries vindt het goed dat docenten kritisch naar het plan kijken. Toch wil hij de invoering van het nieuwe onderwijs niet uitstellen: “We zijn nu bezig en gaan door. Het is een stevige operatie, maar ik geloof nog steeds dat de docenten er uit kunnen komen. En daar krijgen ze alle hulp en ruimte voor. We moeten er met zijn allen wel de schouders er onder zetten.” Een jaar wachten heeft volgens hem geen zin en maakt de klus alleen maar groter. Daarnaast benadrukt hij de revolutie die gaande is in het journalistieke landschap, waar de school snel op in moet spelen. De Vries: “De buitenwereld wacht niet.”
jaap den ouden Reactie van jaap den ouden op 17 December 2009 op 23.35
Ik ben blij met Whiteboard. Heel blij.
Andre Weststrate Reactie van Andre Weststrate op 17 December 2009 op 23.59
Kan ik ergens lezen wat die onderwijsverandering concreet in moet gaan houden?

Verder eens met: “De buitenwereld wacht niet.”
WhiteBoard Reactie van WhiteBoard op 18 December 2009 op 9.21
Ja André, in de vorige Whiteboard.
jelle koolstra Reactie van jelle koolstra op 18 December 2009 op 11.56
Interessante ontwikkelingen en prima verslaggeving
Andre Weststrate Reactie van Andre Weststrate op 18 December 2009 op 15.49
Je krijgt er natuurlijk geen aids van om daar nog even naar te verwijzen. Internet, dat kan allemaal, met linkjes en zo. Of een ordinaire copy-paste.

Onderwijs SvJ op de schop
Door Liza Janson

Het onderwijs op de School voor Journalistiek is ouderwets en niet aangesloten op de beroepspraktijk. Daarom gaat het drastisch veranderen de komende jaren. Het onderwijs gaat op de schop en moet zich veel meer gaan richten op de praktijk. Multimediaal en freelancen zijn de toverwoorden van het nieuwe leerplan dat volgend studiejaar voor aankomende eerstejaars van start gaat.

Het plan staat nog in de steigers en kan nog allerlei vormen aannemen. Hubert Roza, opleidingsmanager van de SvJ: “Je moet niet teveel kijken naar het oude onderwijssysteem, de lessen zullen totaal anders worden ingericht Bestaande vakken veranderen en worden geïntegreerd.” Dit jaar moet het plan concreet worden: de docenten gaan nu met het plan aan de slag, ze moeten de blokken vorm gaan geven en kijken hoe de nieuwe speerpunten in lessen kunnen worden omgezet. Zo zullen nieuwe vakken ontstaan en oude verdwijnen. In februari 2010 moeten de docenten dit hebben uitgewerkt.

Toch is een aantal zaken al wel duidelijk. Een van de belangrijkste veranderingen is het integreren van verschillende vakken. Waar vakken nu nog weinig verband met elkaar hebben, worden ze straks aan elkaar gekoppeld. Zo kan het zijn dat vakken als geschiedenis en interviewen bij elkaar worden gebracht. Het is dan bijvoorbeeld de bedoeling dat je iemand interviewt (taal) op het gebied van geschiedenis (inhoud). Directeur van de SvJ Peter de Vries: “Het probleem is nu vaak dat een vak wordt gegeven en dat er daarna niets meer mee gedaan wordt. Daarom willen we vakken meer integreren. Taal en inhoud moeten bij elkaar worden gebracht.”

Aan het eind van een blok maken studenten een grote eindopdracht, waarbij alle vakken van dat blok zijn betrokken. Eén voorbeeld is een website met foto’s en berichten over onderwerpen die tijdens dat blok aan de orde zijn gekomen. Verschillende docenten moeten naar dit eindproduct kijken en het beoordelen. Inhoud en vaardigheden worden op die manier op elkaar aangesloten.

Daarnaast moet het eerste jaar met vakken als studentenradio, vormgeving en fotografie meer gericht zijn op de toepassing van verschillende media. Dit is hard nodig, vindt John Driedonks, docent RTV. “De markt is veranderd en de school moet daar op inspelen. De toekomst van de journalist ligt bij freelancen en multimedialiteit”, aldus Driedonks. Hij is erg blij is met de aankomende onderwijsveranderingen. Doordat de school zich meer gaat richten op deze aspecten, zou het nieuwe plan toegesneden zijn op de markt.

Niet alleen in het eerste jaar, maar ook in het tweede jaar en de bovenbouw gaat veel veranderen. Zo moeten ook in het tweede jaar vakken meer aan elkaar gekoppeld worden. Daarnaast wordt gekeken of tweedejaars straks een snuffelstage van een week kunnen volgen. In de bovenbouw moeten de stages worden teruggebracht van drie maanden naar tien weken, zodat ze gelijk lopen met de blokken. Ook moet straks in het derde en vierde jaar worden gewerkt in zogenaamde newsrooms in plaats van in redacties. Over de hele opleiding moet vanaf het eerste jaar meer ruimte komen voor freelancen.

Waar nu iedere klas totaal andere vakken heeft, volgen straks acht klassen tegelijkertijd hetzelfde programma. Een grootschalige logistieke verandering; kan de organisatie dat wel aan? Roza voorziet geen problemen bij kennis- en vaardigheidsvakken. “Maar het wordt ingewikkeld als je acht groepen tegelijk studentenradio laat volgen. Er moet dan ook goed gekeken worden naar de manier waarop we dat in gaan vullen.”

Ook docenten vragen zich af of de organisatie het wel aankan. Roza: “De meeste docenten zijn het ermee eens dat de opleiding meer op de beroepspraktijk moet aansluiten.” Sommigen van hen vragen zich echter af of er genoeg deskundigheid in huis is. Deze discussie is goed, vindt Roza. “We nemen hun opmerkingen dan ook heel serieus. Over het algemeen zijn de reacties van docenten positief over de verandering. De uitvoering moet nog blijken.” Het management voelt dan ook dat er voldoende draagvlak is. “Anders zouden we niet aan zo’n grote onderwijsverandering beginnen”, aldus Roza.

Dat het onderwijs op school aan herziening toe is, vindt ook de opleidingscommissie (OC). “Daarom zijn wij in principe positief over het nieuwe leerplan”, vertelt Irma Timmermans van de OC. Het idee van werken in thema’s juicht de OC toe omdat de stof dan beter blijft hangen. Meerdere docenten moeten echter hetzelfde vak gaan beoordelen. “Dit lijkt ons behoorlijk omslachtig en inefficient”, aldus Timmermans.

Daarnaast vindt de OC het jammer dat er niets over een kritische en eerlijke beoordeling in het plan staat. Een toets moet opgesteld, gecontroleerd en beoordeeld worden door een docent en een collega-docent, zo staat in het nieuwe plan. Voor de OC is dat nog niet genoeg. Timmermans: “De praktijk wijst uit dat opdrachten en dossiers door docenten op verschillende manieren beoordeeld worden. Ook hanteren sommige docenten van hetzelfde vak niet altijd dezelfde normen voor de beoordeling van opdrachten. Dit resulteert in grote verschillen in cijfers tussen verschillende klassen.” Ook Roza noemt de beoordeling een belangrijk punt. Hij is het met de OC eens dat daar goed naar gekeken moet worden. “Als dat nog niet voldoende naar voren komt in het plan, zal dat beter moeten gebeuren.”

Het duurt nog even voordat het nieuwe onderwijs voor alle studenten is ingevoerd. Maar vanaf september kunnen in ieder geval de aankomende eerstejaars beginnen aan een vernieuwde opleiding. Driedonks: “De school moet zich gaan profileren als kwaliteitsschool. Niet meer ‘een’ school voor journalistiek: Dé School voor Journalistiek moet studenten af gaan leveren die voldoen aan de eisen van de markt.”

Opmerking

Je moet lid zijn van humedia om reacties te kunnen toevoegen!

Join humedia

© 2010   Gemaakt door ROC media

Banners  |  Een probleem rapporteren?  |  Privacy  |  Algemene voorwaarden

Inloggen bij chat