‘Dit kan wel eens een leuke wedstrijd voor hem worden.’ Zijn naam zoemt vooraf al verwachtingsvol rond door de ArenA. ‘Martin Jol zou hem gewoon moeten laten invallen voor Pantelic, rond de 65e minuut ofzo.’ Gingen we het dan nu tijdens Ajax-Roda JC echt meemaken? Ja, na een paar weken meetrainen en af en toe warmlopen was het dan eindelijk zover. Die gekke Zuid-Koreaan, gekomen als een volkomen doorgedraaide idioot die dacht wel ‘even’ bij een van de grootste clubs ooit binnen te kunnen glippen, was nu ineens écht Ajacied.
Maar om nou ook meteen ‘erbij’ te horen, nee. Dat kan allerminst gezegd worden. Alleen al vanwege zijn naam (Hyun Jun Suk) kan hij onmogelijk in een adem worden genoemd met Demy de Zeeuw of Maarten Stekelenburg. Alle grappen en variaties daarop mogelijk zijn moeilijker te tellen dan het aantal planetoïden in de melkweg. En dan zijn voorkomen. Natuurlijk dat niet alledaagse Aziatische uiterlijk, dat vreemde kapsel dat zelfs kapper Mari niet had kunnen bedenken.
Het ‘normaalste’ aan deze vreemdeling zijn nog zijn felgele muiltjes, waarop zo’n beetje elke speler in dezer dagen rondwandelt. Maar die kunnen tenminste de aanwijzingen van de trainer begrijpen. Het lijkt niet waarschijnlijk dat Suk was verteld: ‘Ga maar zoveel mogelijk rondjes rennen over het hele veld en proberen te raken wat je kunt raken.’ In dat geval zou hij ze namelijk perfect hebben opgevolgd. Onder luide begeleiding van allerlei melodieën waarin zijn naam gescandeerd werd vrat de nieuweling de grassprieten op. Sprong hij naar elke bal. Schoot hij vanuit elke hoek.
Cultheld. Een vreselijk cliché-woord, maar juist daarom zo van toepassing op 'Sukkie'. En misschien is het wel goed eens een echte cultheld te hebben? Een jongen die nooit iets fout zou kunnen doen, zelfs al besluit hij ter plekke om Noord-Koreaan te worden. Zo’n onschuldig ventje, die als verdwaasd over de alweer matige grasmat loopt te hollen en draven, die gun je ter plekke al het geluk van de wereld. En dat heb je als je als volslagen nobody bij het trainingsveld aankomt natuurlijk ook wel nodig. Maar zijn we er echt mee geholpen?
Bij Feyenoord zijn ze daar toch beter in. Die hadden Joszef Kiprich en Ed de Goeij en al die anderen. Houterige figuren met iets vertederends in zich, maar ze konden wél voetballen. En dat essentiële onderdeel lijkt Suk te missen. Dus tenzij hij als laatste redmiddel kan dienen om rastalenten als Miralem Sulejmani en Ismaïl Aissati aan het ‘werken’ (bah, wat een vies woord) te krijgen, heeft hij geen enkele toegevoegde waarde. Ook al schiet dan dan volgens Jol de 'plaggen uit de grond'. Hebben we het er maar even niet over dat die plaggen in Amsterdam toch allemaal al los liggen.
Culthelden horen bij Ajax niet te worden toegejuicht. Ik dacht dat daar juist de Ajax Fun Games voor waren uitgevonden. Jongetjes en meisjes van basisschoolleeftijd die om beurten alleen op het doel af mogen met een bal. In elk team minstens één mannetje bij wie diezelfde bal tot de heupen komt en van wie het publiek een kwartier lang smelt als een Calippo op een Zuid-Frans terras. Maar als daarna het fluitje gaat begint het serieuze werk weer. Automatismen, scherpte. Gogme niet te vergeten! Bal inspelen, doorschuiven, kaatsen, overstapje en in de kruising met die bal. Drie punten pakken, de prijzenkast opsieren met trofeeën. Dáár was Ajax toevallig altijd heel goed in.
Niks geen rare snuiters die er niets van kunnen hartstochtelijk in de armen sluiten. Maar ja, zo lang de verwachtingen over enigszins waardevol Ajax-voetbal en dito resultaat niet eens meer uitkomen, moeten we maar blijven verlangen naar mysterieuze vreemdelingen. Als ze maar op tijd weer weggaan.
Tags: ajax, berlusconi, borsten, cultheld, pennings, suk, wouter
Delen
Facebook
Je moet lid zijn van humedia om reacties te kunnen toevoegen!
Join humedia