
“Aah, wat een Poebeldieboebeldiewoepsie!” Binnen die paar seconden was mijn achting voor de diplomaat (of wat hij ook mocht zijn, hij deed zich in elk geval als 'belangrijk en respectabel' voor) tot het nulpunt gekelderd.
Hij had het tegen onze poes, Nora. Zo vertederd als hij naar haar keek, zo strak keek zij naar hem.
Ze tikte even met haar pootje tegen zijn schoen.
Wat zou hij doen? Niks bijzonders. Die man blééf maar zwammen. Ditmaal tegen mijn vader, die een gezicht trok alsof hij luisterde en geduldig een kop koffie inschonk.
Nora had zich klein gemaakt, haar blik nog steeds gericht op meneer de diplomaat.
Ratsj. Zijn broek.
Ratsj. Zijn jasje.
Binnen twee seconden stond ze op zijn schouders, niet wetend de dat ze zojuist een bedrag met een paar nullen had weggeklauwd.
De man pakte Poebeldieboebelodiewoepsie op en zette haar op de grond. Een zenuwtrek rond zijn mond.
Je moet lid zijn van humedia om reacties te kunnen toevoegen!
Word lid van humedia